Ileus

Bij een ileus is er sprake van een verminderde tot opgeheven darmpassage. Oorzaken hiervoor zijn een gedeeltelijke of totale afsluiting (mechanische ileus), een verminderde of opgeheven motiliteit (paralytische ileus) of een combinatie van beide. Bij patiënten met kanker komt een ileus voor bij 3-15%. In de palliatieve fase is peritonitis carcinomatosa de meest voorkomende oorzaak, met name bij colorectaal carcinoom en ovariumcarcinoom. Er is dan sprake van een mechanische obstructie en pseudo- obstructie door autonome disfunctie en infiltratie van de darmwand.

Chirurgie valt te overwegen, afhankelijk van prognose, conditie en systemische behandelopties. In de palliatieve fase wordt echter vaker gekozen voor een medicamenteuze symptomatisch behandeling gericht op de misselijkheid, braken, koliekpijnen en continue buikpijn.

 

Symptomatisch behandeling

  • Voeding; dieet (met name dik- vloeibaar/ licht verteerbaar) afhankelijk van verdraagzaamheid en wensen van patiënt

  • Stop indien mogelijk met obstiperende medicatie (opioiden, anti-cholinergica)

  • Laxeren met klysma’s met name bij verdenking fecale impactie, staak orale laxantia

  • Bij fecale impactie tgv opioïden en onvoldoende verbetering met laxantia; methylnaltrexon 8 mg bij < 62 kg of 12 mg bij > 62 kg s.c. eenmalig en eventueel 2 dagen later herhalen. Bij een creatinineklaring < 30 ml/min: 0.075 mg/kg bij < 62 kg en 8 mg bij > 62 kg

  • Bij ascites: overweeg ascitespunctie

  • Bij lokale obstructie dexamethason 1dd 8 mg sc 5 dagen, daarna afbouwschema

 

Bij braken

  • Overweeg een maaghevel

  • Octreotide s.c. bij heftig braken. Dosering 3 dd 100-300 microgram (bolusinjecties). Startdosering s.c. pomp: 300 microgram/dag= 2 ml/uur. Evaluatie iedere 3-4 uur, bij onvoldoende effect, dosis met 50% verhogen; indien er na enkele dagen geen effect bereikt is bij een dosering van 900 microgram/dag octreotide staken. Indien de octreotide het gewenste effect heeft en patiënt een prognose van langer dan enkele dagen heeft kan een depotpreparaat intramusculair toegediend worden (30 mg sandostatine LAR i.m. 1x per 4 weken of lanreotide 30 mg i.m. 1x per 2 weken)

  • Scopolaminebutyl s.c. (10 of 20 mg iedere 2- 4 uur) of scopolaminetransdermaal 1.5 mg/72 uur. PM anticholinergica kunnen forse bijwerkingen geven (droge mond, urineretentie, vage visus door mydriasis, retrosternale pijn door relaxatie van de onderste oesofagussfincter).

  • Metoclopramide rectaal 4dd 10- 20 mg of 40-120 mg/24 uur s.c. (bij volledige obstructie kans op toename van de buikpijn, dan haloperidol ipv metoclopramide)

  • Domperidon rectaal 4dd 60 mg

  • Haloperidol s.c. 2- 4 mg/24 uur of 2dd 1- 2 mg s.c. (niet tegelijkertijd met metoclopramide)

  • Olanzapine 1- 2dd 5 mg

 

Bij pijn

  • Scopolaminebutyl s.c. 40-120 mg/24 uur (buscopan) bij krampende pijn (niet combineren met metoclopramide)

  • Diclofenac 3-4 dd 50 mg rectaal

  • Morfine bij continue pijn of bij onvoldoende effect van buscopan/diclofenac. Startdosering 6dd 10 mg rectaal of 20 mg/ 24 uur s.c. pomp

 

Bronvermelding

       https://www-uptodate-com.eur.idm.oclc.org/contents/palliative-care-of-bowel-obstruction-in-cancer-patients?                                         source=search_result&search=ileus&selectedTitle=4~150

Hospice Calando   |   Vivaldilaan 2-4   |   3247 EE Dirksland   |   T 0187-609147   |   F 0187-609148   |   info@calando.nl

  • Facebook Social Icon