Ascites

Er zijn 3 indicaties voor het verrichten van een ascitespunctie in de palliatieve setting:

  • een vol gevoel in de buik of diffuse buikpijn;

  • kortademigheid tgv hoogstand van het diafragma;

  • misselijkheid of braken (het is een KUNSTFOUT in deze situatie wel anti-emetica voor de schrijven doch een ascitespunctie achterwege te laten).

Bij snel recidiverende ascites dient het inbrengen van een permanente drain overwogen te worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een startset van COMBICARE (telnr 0800-0237835)

Behandeling

Ascitespunctie: een ascitespunctie kan bij een terminale patiënt als regel ook thuis verricht worden. Gebruik hiervoor een pleurocathnaald of een venflonnaald, gekoppeld aan bv een infuussysteem met een diameter van minimaal 2 mm. Punctie vindt steeds plaats op McBurney (links of rechts). Eerst wordt steeds lokale verdoving toegediend. Na het inspuiten van de lokale verdoving wordt de spuit opgetrokken, teneinde te bezien of er inderdaad ascites aanwezig is. Hierna wordt de punctienaald ingebracht. Sporadisch komt het voor dat geen ascitesvocht maar darminhoud opgezogen wordt. Dit is niet te voorkomen en geeft vrijwel nooit complicaties, omdat het kleine gaatje in de darmwand zich als regel spontaan sluit.

Medicamenteus (helpt alleen als het ascitesvocht de kenmerken van een transudaat heeft (eiwitgehalte< 20 gr/l) zoals met name het geval is bij zeer uitgebreide levermetastasering:

Dag 1:  spironolacton 1 dd 200 mg + furosemide 1dd.  60 mg

Dag 4: spironolacton 2dd 200 mg + furosemide 1dd  120 mg

Dag 7: spironolacton 2dd 200 mg + furosemide 2dd 120 mg

Hospice Calando   |   Vivaldilaan 2-4   |   3247 EE Dirksland   |   T 0187-609147   |   F 0187-609148   |   info@calando.nl

  • Facebook Social Icon